De Markus Passion (BWV 247)

Oude kerk

Het bijzondere van de Markus-Passion van J.S. Bach is dat dit werk in praktische zin niet meer bestaat.
Wie alle raadsels die nu met dit werk verbonden zijn wil ontmaskeren ziet dan ook interessante vragen op zich af komen. Zo weten we dat J.S. Bach volgens zijn zoon Carl Philipp Emanuel vijf ‘Passionen’ heeft gecomponeerd. En er bestaat een volledige tekst van een “Passionsmusik nach dem Evangelisten Marco”, geschreven door Bach’s librettist Christian Friedrich Henrici (alias Picander), die zich bevindt in diens “Ernst-, Scherzhafften und Satyrischen Gedichte” van 1732. Daarin deelt Picander mee dat deze Markus-Passion is uitgevoerd op Goede Vrijdag 1731.

In de tekst zien we een openingskoor, een slotkoor, 6 beschouwende aria’s en 16 coupletten van verschillende kerkliederen. De evangelietekst bevat recitatieven en koren (bv. de discipelen, het volk etc.). Het werk is in twee delen verdeeld: een deel voor en een deel na de prediking.
Van de muziek is echter geen spoor meer te vinden. Toch is een deel van de muziek ons overgeleverd. Het is de verdienste van Wilhelm Rust (1822-1892), die overtuigend heeft aangetoond dat de Markus-Passion een parodiepassie is geweest (waarbij dus gebruik is gemaakt van eerder geschreven composities), dat we toch min of meer tot een reconstructie hebben kunnen komen van de Markus-Passion.
De basis is de Trauerode, een in 1727 gecomponeerde cantate bij het overlijden van de echtgenote van August der Starke, koning van Polen en keurvorst van Saksen. Van slechts één aria (“Angenehmes Mordgeschrei”) moet de bron als volledig verloren worden beschouwd. De koralen zijn grotendeels overgeleverd in de tussen 1784 en 1787 door Carl Philipp Emanuel Bach gepubliceerde vierstemmige koraalzettingen van zijn vader. De muziek bij de evangelietekst geldt ook als verloren.

Omdat er toch in verhouding nog veel notenmateriaal verloren is gegaan, hebben allerlei musicologen, componisten en musici zich bezig gehouden met een reconstructie. Ik noem er enkelen: Diethard Hellmann (1964), Joh. H.E. Koch (1978), Jos van Veldhoven (1986), Simon Heighes (1996), Austin H. Gomme (1997), Ton Koopman (2000) en Andreas Glöckner (2001).
Mede vanwege de mogelijkheden van het Bachkoor Westland en de beschikbaarheid van het notenmateriaal voor koor, orkest en solisten is door mij gekozen voor een combinatie van de reconstructies van Diethard Hellmann en Andreas Glöckner, waarbij het oorspronkelijke tekstboekje uit 1731 nauwgezet wordt gevolgd en de evangelietekst, waar immers geen muziek meer van is overgeleverd, wordt gelezen. De evangelietekst wordt in het Nederlands gelezen en is gekozen uit de vertaling van Marie H. van der Zeyde (Markus – Een tijding van vreugde, 1976).

Met betrekking tot de oorspronkelijke tekst van Picander valt nog het volgende op te merken. Opvallend is het uitgesproken liturgische karakter. Er is een hechte relatie tussen de evangelietekst en de 16 koralen. De koralen sluiten heel dicht aan bij wat in de laatste regels van de evangelietekst eraan voorafgaand is gezegd. Er is een eenheid te constateren tussen Jezus (zoals verwoord door Markus) en de gelovige (die zich uit in de koralen). Of, zoals prof. dr. Casper Honders het verwoordde: “het koraal is de applicatio van het evangelie. Jezus en zijn gemeente zijn te onderscheiden, maar te scheiden van elkaar zijn ze niet”. Soms klinkt zelfs de stem van Jezus door in een koraal (bv. nr. 28 en nr. 38). Zo is er met name in de Markus-Passion sprake van een samen spreken, samen zingen, samen horen, samen beleven, waarbij ‘de een de ander bemoedigt’.

Gerard Bal